Geloofwaardigheid

Het begrip vertrouwen staat praktisch gelijk met de betekenis van het woord geloofwaardigheid.

Kan ik een ander geloven? Zijn instanties te geloven? Als een procedure voor een tegemoetkoming of rechtvaardiging wordt gestart zijn dan de rechters of de reguliere klachteninstituten te geloven?

De gevraagde betrouwbaarheid maakt zich zichtbaar in de reeks: gebeurtenis, gedachten, gevoel, gedrag. Er gebeurt iets, dat roept gedachten op, deze veroorzaken gevoelens en uiteindelijk is een reactie met het gedrag het gevolg.

De wijze waarop een persoon of instantie zich gedragen zijn doorslaggevend voor de geloofwaardigheid. Wat zien we in ‘in de werkelijke wereld’? Mensen zijn maar mensen, en instanties staan onder de invloed van vele externe krachten. Samen te vatten onder de ervaringsregel “het belang bepaalt de mening” .

Welk belang dient men werkelijk? Welk gedrag laat men daarbij zien? Is er nog wel controle over wat er allemaal gebeurt en hoe men met elkaar omgaat?

Iemand heeft het volgende gesteld:
“Ze spelen een spel. Ze spelen het spel dat ze geen spel spelen. Als je niet mee doet wordt je verstoten. Als je wel mee doet dan wordt je gek” .

Zowel verstoten worden als gek worden kan worden voorkomen. Als het machtssysteem de baas blijkt over het rechtssysteem, door de spelregels naar de hand te zetten zoals bijvoorbeeld door het grenzeloos ver-juridificeren van de kwestie, blijft er van de geloofwaardigheid weinig over. Het individu legt het af tegen grotere en ongrijpbare machten. Dat hoeft niet te gebeuren als beide partijen bereid zijn om uit te gaan van de werkelijke feiten. Immers men heeft een gemeenschappelijk belang: erger voorkomen.

Blijft het individu zich verzetten dan dreigt hij of zij te worden gelokt in een modderpoel van tijdrekken, ingewikkeld maken, het individualiseren en isoleren van de discussie, het demoniseren van de persoon, zonder enige bescherming die van ‘toezichthoudende instanties’ te verwachten zou zijn. Men geeft het uiteindelijk op.

Wat daarbij wordt onderschat zijn de gevolgen voor de oorspronkelijke machtspartij. Deze schiet in de eigen voeten. Vertrouwen komt te voet en gaat per paard. Uiteindelijk zijn er alleen maar verliezers.

Men kan het niet met elkaar eens zijn, ‘agree to disagree’. Maar wel met elkaar in gesprek blijven, met respect. De resterende vraag is dan slechts: wat is de waarde van een goed gesprek?